Bordspel

Vanuit het Spraaklab Groningen zijn we, ondersteund door het KNAW Gewaardeerd!, bezig een bordspel te ontwikkelen over dialecten, uitspraak en taal. Hiervoor hebben we je hulp nodig! Je speelt in dit spel een vertegenwoordiger van een dialectgroep in Nederland of Vlaanderen en je doel is er voor te zorgen dat “jouw” taalvariant overal gesproken wordt (door andere gebieden te overtuigen jouw variant over te nemen). Om gebieden te overtuigen moet je vragen goed beantwoorden of taken goed uitvoeren.

Bordspel mock-up (@RaoulBuurke)

Om dit spel te kunnen maken, hebben we een hoop vragen nodig met taal of dialect als hoofdonderwerp. We vinden het daarom heel fijn als je ons zou willen helpen bij het verzinnen van vragen!

Vragen

Specifiek zoeken we naar drie soorten vragen:

  1. Algemene taalwetenschapsvragen
  2. Dialectvragen
  3. Taalwetenschapsopdrachten

We geven nu per categorie twee voorbeeldvragen, maar we willen benadrukken dat het juist leuk is als je ‘out of the box’ denkt. Voel je vrij om heel creatieve vragen te verzinnen, want juist die maken het spel leuk om te spelen.

1. Algemene taalwetenschapsvragen

Voor de eerste categorie vragen hebben we algemene vragen over taalwetenschap nodig, die leuk zijn voor een algemeen publiek. Deze vragen mogen over alle taalwetenschappelijke velden gaan (bijv. theoretische taalwetenschap, computationele taalwetenschap, fonetiek, sociolinguïstiek, neurolinguïstiek, psycholinguïstiek, klinische taalwetenschap, etc.). Bijvoorbeeld:

1.1 Welke taal heeft de meeste moedertaalsprekers ter wereld?
a) Engels
b) Spaans
c) Hindi
d) Mandarijn

1.2 Soms zijn de verschillen tussen twee talen die familie van elkaar zijn regelmatig, zoals bij het Latijn en het Nederlands. Wat in het Latijn als een ‘p’ klinkt, klinkt in het Nederlands als een ‘f’. De ‘k’ wordt vaak een ‘g’ of een ‘h’ en de ‘t’ wordt vaak een ‘d’. Wat zijn de volgende Latijnse woorden in het Nederlands denk je?
– piscis (hint: een dier)
– pater (hint: een familielid)
– tres (hint: een getal)
– tonitrus (hint: een natuurfenomeen)

2. Dialectvragen

Voor de tweede categorie hebben we specifiekere vragen nodig over dialecten die in Nederland en Vlaanderen worden gesproken. Dit kunnen dus vragen zijn over de dialectgroepen die op de kaart staan (Fries, Nedersaksisch, Hollands, Zeeuws, Brabants, Limburgs, en West- en Oost-Vlaams). Vragen mogen zich ook – graag zelfs – focussen op een specifiek regionaal (Gronings, Drents, Utrechts, etc.) of lokaal dialect (Nijmeegs, Antwerps, etc.). Bijvoorbeeld:

2.1 In welke regio van Nederland of Duitsland wordt traditioneel geen variant van het Fries meer gesproken?
a) Groningen
b) Saterland
c) Oost-Friesland
d) Sleeswijk-Holstein

2.2 Kies een grote stad uit in jouw dialectregio. Verzin een dialectnaam voor deze stad, maar dit mag niet de echte naam zijn voor deze stad in dat dialect. Als de meerderheid van je medespelers het er mee eens is dat dit de naam had kunnen zijn voor de stad, heb je de vraag goed beantwoord.

3. Taalwetenschapsopdrachten

Voor de derde categorie hebben we opdrachten nodig, in plaats van vragen. Het idee van deze categorie is dat twee spelers tegen elkaar spelen om een gebied te winnen. Deze opdrachten zijn waarschijnlijk het lastigst om te verzinnen, maar als je een niet volledig afgerond idee hebt kun je dit ook insturen. Vervolgens kunnen wij dan kijken of het in aangepaste vorm dan alsnog kunnen opnemen. Twee voorbeelden:

3.1 Zeg om de beurt “Hallo, mijn naam is / ik heet [jouw naam]” in zo veel mogelijk verschillende taalvarianten. Dit mag dus in nationale talen, zoals het Engels, maar ook in dialecten. De verliezer is degene die als eerste niet meer een vertaling kan verzinnen.

3.2 Beide spelers spreken de zin “Ik zou jou wel eens hebben willen zien durven blijven staan kijken!” uit. Leg hierna het kaartje weg. De eerste die de zin foutloos herhaalt, wint. Als beide spelers de zin foutloos uitspreken, wint degene die het snelst de zin uitspreekt.